Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.210
167.
Tegen deze onbegrijpelijke onkunde ten aanzien vait
de zaak en van de onbepaaldheid in de begrippen
is nu vrel reeds de eerbiedwaardige pestalozzi opge-
komen, doordien hij het onderwijs verklaarde te zijn
eene ontwikkeling der menschelijke kundigheden, van nit
derzelver elementen, door middel van de aanschouwing,
en den gang der ontwUikeling tevens door zijn ABC
der Aanschouwing aanduidde. Doch, ondanks al
zijn pogen bragt hij den onderwijzers zoo min eene
grootere verligting aan, als hij een ernstig nadenken
over hunne handelingen bij hen uitwerkte, en zij ble-
ven bij de beperktheid van hel begrip eener methode
voor leervakken binnen de grenzen van het lezen- en
schrijvenleeren besloten. Zij, die zich meenden te
onderscheiden, volgden ten hoogste het Pestalozzische
rekenondervvijs na.
Tegenover deze nog voortdurend gevolgde, hoogst ge-
brekkige handelwijze heeft nu de wetenschap, met be-
trekking totj de methode van onderwijs, de navolgende
bepalingen aangenomen:
a.) Het onderwijs is eene voortgezette ontwikkeling
der menschelijke kennis; waar deze niet plaats vindt,
daar wordt ook geen onderwijs gegeven.
b.) Het , inachtnemen van de daarbij op het men-
schelijke kenvermogen berekende bepalingen, ten doel
hebbende het erlangen van de meest volledige levensken-
nis, is de ware wijze van onderrigten.
c.) Be hoomaamste dezer bepalingen of voorwaarden,
welke in de Aanvangsschool uitvoerig is voorgedragen,
is, dat de kennis, welke in des kinds gemoed aanice-
zig is, moet opgezocht worden, ten eitide daarop eene