Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.209
dienen, eu Teel minder eene opleiding voor het leveu
van den tegcnwoordigen tijd tot stand brengen, dewijl
aan dezelve het begrip van de methode van onderwij-
zen geheel onbekend was.
§. 165.
Alzoo nu, ingevolge deze uiteenzetting, de methode
van onderwijs de hoofdvoorwaarde is van de vruchtbaarheid
van het onderwijs in 't algemeen, vloeit daaruit dau
ook de noodzakelijkheid voort, om het begrip van die
ware onderwijs - methode meer bepaald voor te stellen.
166.
Tot op het tijdstip, waarop het onderwijzen erkend
werd eene wetenschap en kunst te wezen, is het
denkbeeld van eene algemeene leerwijze, als de tweede
hoofdvoorwaarde van het ware onderwijs, in 't geheel
niet opgekomen, en om die reden kon alzoo ook dat
van eene leermethode, als de doeltreffende wijziging
van de leencijze, ingevolge den graad van de ontwik-
keling des leerlings en de gelijkmatige uitbreiding van het
voorwerp van onderwijs, mede niet aanwezig zijn; maar
men verwarde de begrippen van leerwijze en methode,
en betrok beide op dc geschiktheid van den onderwij-
zer om de leerlingen gemakkelijker of aangenamer
de aan te leeren zaak bij te brengen. Uierdoor kou
het dan ook gebeuren, dat men zich voor het eene
of andere vak van onderwijs eene afzonderlijke leermetho-
de (!), even als met opzigt tot de individualiteit des
onderwijzers weder eene eigenaardige leermethode (!!)
voorstelde, en in dezen waan zich even zoo vele leer-
methoden mogelijk dacht, als er vakken van ondenoijs,
en wederom zoo vele, als er ondcnrijzers zijn.