Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.206
onderwijs iedere kundigheid sleelits in derzelver betrek'
hing tot het leven tot inwendige aanschouwing verhef-
fe, opdat het inderdaad nuttig en voordeelig worde.
§. 160.
Door dit voorschrift erlangt nu ook met name de
denkoefenings-sehool eene teregt wijzing met betrekking
tot de toepassing van die leerwijze, volgens welke
blechts eene forméle en intensive vorming des verstands
moet worden bewerkt, doch de toepassing van de le-
venskennis aan den rijperen leeftijd d,es menschen moet
worden overgelaten.
Der aanneming en toepassing van zulk eene manier
van onderwijzen ligt eene onbegrijpelijke onkunde op-
zigtelijk de menschelijke natuur tot grondslag, welke
wij hier behooren bloot te leggen, ten einde de gel-
digheid en het gewigt van het door ons voorgestelde
voorschrift des te beter en naauwkeuriger te leeren in-
zien en waarderen. Om niet te gewagen van de al-
gemeen aangenomene onderscheiding van theoretische
en practische kundigheden in elke bijzondere weten-
schap en kunst, en om derhalve ook niet te spreken
van de algemeen erkende noodzakelijkheid, om steeds
een theoretisch onderrigt met het practische te verbin-
den ; zoo moet hier het hoogst belangrijke punt wor-
den overwogen, dat in den mensch zeiven een hin-
derpaal aanwezig is tegen het practische zelfonderrigt,
te weten: dc zinnelijke natuurdrift, welke der zelf-
werkende toepassing van de opgedane kundigheden op
het leven in den weg staat, zoo als wij uit de vol-
gende opmerking moeten afleiden.
§. 161.
c.) üet ware leven van den mensch beweegt zich