Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.205
§. 159.
De eerste eu voornaamste grondstelling voor liet ware
onderwijs, zoo als het aan menschen behoort gegeven
te worden, bevat dus niet aUeen een bepaald school-
plan voor de mededeeling van de kennis van het le-
ven in gemeenschap met andere menschen, maar ook
het voorschrift voor de ware manier van onderwijzen.
Dit voorschrift luidt aldus: Indien het ondenoijs zich
de kennis van het ware leven ten doel stelt, opdat dc
mensch in en naar aanleiding van die kennis leve;
dan moet het onderwijs er voornamelijk naar streven,
dat de leerling zelf die kennis zoo Maar en levendig
in zich opneme, dat hij aangespoord wordt daarnaar
zijn leven in te rigten.
Volgens dit allezins gegronde voorschrift, komt de
zoogenaamde verlichtings - school andermaal als onaan-
nemelijk voor, zoo als wij boven in de beoordeeling heb-
ben ontwaard. Dat verlichtings - ondeiwijs wil toch niets
weten van een voorschrift aangaande de methode van
het onderwijs. Ten aanzien van deze betreurenswaar-
dige onkunde viuden wij ons genoopt de volgende
ophelderingen betrekkelijk het voorschrift over de leer-
wijze voor te dragen:
a.) Dit voorsclirift eischt van het ware onderwijs
niets meer dan het zelf onderrigt te bevorderen; want
slechts degeen, die in en uit zich zeiven eene kennis
of kundigheid ontwikkelt, brengt ze zich tot wezentlij-
ke bewtcstheid, en laat zich door dezelve leiden. Dit
spreekt dus het vonnis uit over alle zoogenaamd Zee-
• en, buiten en behalve dc hulpmiddelen om eene kun-
digheid in het geheugen tc bewaren.
b.) Dit voorschrift verlangt verder, dat het wara