Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.202
zamenslel op van onderwijs, zoo als hel aan
menschen behoorl te worden gegeven.
B. Maar ook dit mag geen behoorlijk onderwijs
voor menschen worden genoemd, wanneer die
voorwerpen enkel worden geleerd (erlernt), en
bij gevolg het onderwijs er niet naar streeft,
om een wezentlijk kennen en het regte in-
zigt in het leven te bewerken en de ware
stemming des gemoeds voort te brengen.
§. 155.
Bijzondere gevolgtrekkingen zijn:
a.) De school derhalve, welke bloot lezen, schrij-
ven , rekenen en Christenleer als de voorwer-
pen van onderwijs voorschrijft, heeft hierdoor
haar eindvonnis bepaaldelijk verkregen; want
zij heeft slechts één van de voorwerpen van
onderwijs: God — of de Christenleer, opgeno-
men. Lezen en schrijven zijn niet meer dan
werktuigelijke verrigtingen.
h. } Zij verraadt het gebrek aan bekendheid met hare
bestemming nog op eene in het oog loopende
wijze, doordien zij drie wezentljjk onbeduiden-
de bijvakken op dezelfde lijn plaatst met de
in den hoogsten graad gewigtige, ja volstrekt
noodzakelijke, kennis, wijl zij toch tot het ken-
nen van het ware en eigenlijke leven der
menschen niet in bet minst noodzakelijk zijn,
cn de ondervinding, niet alleen in vroegere
tijden, maar ook in den tegenwoordigen tijd,
menschen bij duizenden aanwijst, die, alhoe-
wel zij lezen noch schrijven hadden geleerd,
-desniettemin regt verstandige, ja zelfs onder-