Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.195
§. 147.
Nadat wij nu hebben nagegaan en ingezien, wellte
gevaarlijke magten hem het aanwezen gegeven, welke
bedenkelijke invloed zijnen voortgang en bloei heeft be-
vorderd — en welke inwerkingen hem nog steeds in
wezen en wakker houden; blijft ons niets meer overig,
dan hem den toevoer af te snijden van de middelen,
waaruit hij zijne levenssappen trekt, opdat hij van
zelve uittere en sterce, terwijl de tot een nieuw leven
te voorschijn geroepene hemelsche geest gestadig tneer
zegevierend en geluk verspreidend zich uitbreide.
Onder de eerste en voornaamste middelen, waaruit
hem levenskrachten toevloeijen, behooren, gelijk boven
reeds is opgemerkt, de door den aardsgezinden geest
vooitgebragte valsche begrippen nopens den mensch, als
zoodanig. De verspreiding van deze begrippen moet
derhalve in de eerste plaats worden voorgekomen en
tegengegaan. Zulks is tehter maar alleen mogelijk
door een onderwijs, hetwelk, van den aanvang af, dat
wil zeggen: van deszelfs eerste beginnen en in de
volgende opklimming, het er op toelegt, dat de mensch
het ware begtip erlange van het menschelijke leven,
het oog vestigende op het oorspronkelijk Goddelijke le-
ven , van hetwelk het zijne uitgaat en waarin het
zich onderhoudt.
§. 148.
Wij hebben diensvolgens behoefte aan een ondcnvijs,.
hetwelk er zich in deszelfs aanvang op toelegt, om den
mensch door het aanschouwen van zich zeiven, in
vergelijking met de Natuur, tot God te leiden; —
een onderwijs, hetwelk in de verdere ontwikkeling en uit-
breiding der kundigheden alles onder het oogpunt stelt
14