Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.193
was overgebleven, voor een' uitstekend' Joodsch' Geleer-
de, en door enkelen, en niet name door meer ligtzin-
nigen, voor oneindig minder aangezien. Welke be-
droevende gevolgen deze Verlichting voor het Christen-
dom en voor stellige Godsdienst in het algemeen heeft,
schijnen de wezentlijke vrienden van het Evangelie
zeer smartelijk te gevoelen, en hunne goede gezind-
heid vormde uit dien hoofde een voortreffelijk ver-
bond, ten einde het onheil met vereenigde krachten
onder de oogen te zien. Doch ook deze vereeniging
schijnt tot de diepe keunis van de ware menschen-
opvoeding en onderwijzing niet te zijn doorgedrongen;
want hunne leden streven er naar, om aan het geloof
gezag, kracht en indruk te verschaffen door opwekking
van een heilig duister gevoel van het Goddelijke —
het mysticismus. Dat ook deze welgezinde pogingen
zonder vrucht, ja bedenkelijk iu de gevolgen zijn,
daarvan zouden de aanklevers van dit stelsel zich kun-
nen overtuigen, indien zij zich niet te zeer verdiep-
ten in het zalige gevoel van hunne duistere gevoelens
en beschouwingen, en er niet zoo ijverig op uit wa-
ren, om dezelve ook bij anderen op te wekken en
gaande te maken. De ondervinding echter, dat eene
aanzienlijke tegenpartij van koude zoogenaamde ver-
lichten met hunne vrome warmte den spot drijft, als-
mede de ondervinding, dat zoo velen van hunne te
zeer verwarmde aankweekelingen, tot de avontuurlijk-
ste buitensporigheden (1) vei leid, hoogst schadelijke
(1) De Schrijver zegt hier in eene noot, deze gevolgen , welke
WAiTER SCOTT in een zijner werken zoo schrikbarend voorstelt, lang
vooruitgezien , en in het vorige jaar reeds (hier zal het jaar