Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
201.3
als het ware de stelling gepredikt: zulk eene eeredienst
heeft in onsen tijd geene waarde meer, het onderhouden van
derzelver verzorgers en dienaren is eene nuttelooze uitga-
ve. — Daarbij ' kwamen nu nog de verlichters, die der
secularisatie een loflied zongen, het monnikendom als te-
genstrijdig aan de Godsdienst voorstelden, op het koor-
gezang, als op eene geestelooze eeredienst, met min-
achting nederzagen (1), en met de aandacht der geloo-
vigen en hunner Priesters den spot dreven (2).
De Fransehe krijgslieden hadden reeds te voren den
wortel van de godsdienstige gevoelens en gezindheden
bij ons losgemaakt; door den invloed der verlichters
moesten deze planten eerst geheel tot omvallen en
verwelken gebragt worden.
De jeugd en de personen van middelbaren leeftijd
stelden er roem in, den weêrklauk te vormen van
de redeneringen der verlichters, en door hunne hou-
ding met het aanzien te pralen, dat hun vermeend
beter inzigt hun moest verschaffen. Het ging met de
verlichting als met nieuwe modes. Zoo lang men bij
de oude blijft, vindt men aan deze niets van het sma-
kelooze, dat men bij de invoering der nieuwe daaraan
wil opgemerkt hebben; maar, zoodra men tot de
nieuwere is toegetreden, schaamt men zich bijna over
de nu voor geheel smakeloos verklaarde oude, en staat
verwonderd, dit niet vroeger te hebben ingezien. De
(1) Hen zie slechts,' onder zoo Tele hierop betrekking heb-
bende Tlugschriften , de Gallcrie des Mönchthums, en de
Marokanische Briefe.
(2) Vergelijk het Werkje: Die Erhebung des gtistlichai
Standes zur IVürde und Wirksamlicit.