Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.185
dadige aanwijzing vau de Priesters cu dc ouders, of
niet veeleer door een woordelijk onderwijs van de zij-
de der onderwijzers was voortgeplant? Wij zullen ons
zeiven ongetwijfeld moeten antwoorden, dat in den
regel alleenlijk het laatste plaats heeft gevonden, door-
dien de ouders, sinds de Hervorming den Catechismus
heeft ingevoerd en dc Geestelijken verpligt het gods-
dienstig onderwijs naar aanleiding daarvan te geven,
aan dezen ook het huiselijke onderwijs overlieten, en
ten hoogste aan de kinderen eenige geloofsformulieren
leerden, en hen met eenige ceremoniën Lekend maak-
ten.
§. 139.
Eene treurige opmerking dringt zich hierbij aan on-
ze aandacht op. De groote scheuring tusschen de
Christenen trachtte zich scherper te teekenen en staan-
de te houden, doordien ieder gedeelte van de Gods-
dienstleeraars er hoofdzakelijk op uit was, zijne eigen-
dommelijke geloofsleeringen te verdedigen, en zijne eere-
dienst (Cultus) vast te houden. Nu werd het Christen-
dom, voornamelijk in een theoretisch opzigt, een con-
fessioneel geloof, en, in een practisch opzigt, eene ge-
trouwe waarneming van de eeredienst, als godsdienst.
Dat de geest van het Christendom: het levendige,
door hoop bezielde en door liefde blakende geloof de
christelijke gemoederen niet meer zoo zeer kon door-
dringen , zal wel ieder, die deze opmerking onbevoor-
oordeeld overweegt, met leedwezen moeten bekennen.
Dat ook de hoofdleer van het Christendom: God en
menschen te beminnen, niet meer zoo algemeen kon
)>laats vinden, volgt reeds uit het algemeene gebod
der Verdraagzaamheid (Toleranz).