Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.184
beschaving, gedurende ruim twee eeuwen, eu zij kreeg
eerst van buiten af de schokken, door welke de
grondvesten aan het wankelen raakten, alzoo degenen;,
die de bewaarders en voorgangers der beschaving des
Volks behoorden te zijn, de Geleerden, gistingsstoffen
van onrust en oproer in den grond wierpen. Ligtzin-
nige verlichters bragten, namelijk, de verleidelijke be-
grippen van de regten van den mensch ook onder het
Duitsche Volk.
138.
Boven hebben wij als eene onbetwistbare onderstel-
ling aangenomen, dat alleen het beschouwen der we-
reld uit een godsdienstig gezigtspunt, en, sinds den
tijd des heils, het Christelijke geloof, des menschen
zekerste geleider op zijnen levensweg en de magtigste
beweeggrond is voor zijne handelingen; doch wij
voegden bij deze onderstelling de bepaling, dat, ter uit-
oefening van dien invloed op des menschen leven en
handelen, zijne ziel door dat geloof geheel en al moet
doordrongen zijn. Dit nu was het geval in de Chris-
tenheid, zoo lang men door regtstreeksehe mededeeling
en onderrigting in dezelve werd ingewijd, en de
Christelijke zin van de ouders ook op de kinderen
door leer en daad overging. Daarentegen zien wij in
de geschiedenis, dat overal, waar de leerstellingen
van het Christendom op eene geleerde wijze moesten
voorgesteld worden, de geest des Christendoms door
den klank der woorden werd verzwakt. Rigten wij ons
onderzoek op de geschiedenis van het onderwijs in
het Christendom, en vragen wij: of die heilige Leer,
ook nog na de Hervorming, even als te voren, door
regtstreeksehe ouderrigtende mededeeling en door werk-