Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.181
wier gemoed het nog niet tot een' hoogeren zin TOor
het ware, regte, goede en schoone kon ontvonken.
Desniettemin had het Christelijke hegiusel, of het ge-
loof, dat zich op het duistere gevoel en den eerbied
voor de Openbaring grondde, zich van deszelfs volge«
lingen met zulk eene heilige tooverkracht meester ge-
maakt, dat zij ook in het woedendste gewoel van ge-
vechten en veldslagen die opwellingen niet uit de ziel
Verloren, ja bij iedere afzonderlijke aanleiding dit uit-
wendig lieten blijken, en in vredestijd zich onledig
hielden met orer de middelen, om God op de Hem
waardigste wijze te dienen, na te denken. Het eerste
bewijzen de zegevierende horden van den grooten Ko-
ninklijken jongeling alabic in Italië, inzonderheid te
Rome; van het laatste gaven blijk de latere Gothen, door
hunne grootsche, ten hemel reikende tempelgebouwen.
§. 135.
Juist omdat de oude Duitsche volken een doeltreffend
onderwijs in de Godsdienst derfden, en alzoo de za-
lige verlichting van het Christendom, volgens de uit-
spraak van Christus: » Ik ben het leven, het licht en
de waatheid," niet volkomen konden erlangen; zoo
legden zij hunne Christelijke gezindheid voornamelijk
aan den dag door het gloeijendste gevoel voor de
Christelijke eeredienst, en de grootst mogelijke opoffe-
ringen , welke zij ter bevordering van dezelve deden.
Aan deze stemming hebben zoo vele groote bisdom-
men, kapittels, abdijen en stiften hun ontstaan, hun-
nen rijkdom en hunnen luister te danken.
§. 136.
Al mogen dergelijke rijke stichtingen en instellingen,
in later volgende tijden, hoofdzakelijk doordien men
13*