Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.180
Christendom, wanneer hij de werkingen van het God-
delijke beginsel in de eerste Christengemeenten waar-
neemt — dat van godsvrucht en liefde vervulde en op
vertrouwen steunende geloof aan God den Vader en
den eeniggeboren Zoon, deze zelfopofferende over-
gegevenheid, die gloeijende aandacht in de godsdienstige
zamenkomsten, die liefdevolle verbroedering onderling,
die gewillige gehoorzaamheid ook jegens onchtistelyke
overigheden, die vastheid in het geloof, die standvastig-
heid in lijden en vervolging, die zuiverheid van zeden,
waardoor zij tot zelfs de achting cn bewondering van
vijanden verwierven! O, mogten de hemelsche planten
van dezen hof zich voortdurend, en in ongestoorde
ontwikkeling, den oranjeboom gelijk, met bloesem en
vruchten tevens prijkende, hebben in wezen gehouden
en bestendig ontwikkeld; of mogt dit leven door alle
volgende tijden heen stand gehouden en zich steeds on-
der nieuwe volkeren voortgeplant hebben! Doch de
menschelijke zwakheid gedoogde zulks niet.
134.
Van den eenen kant verhief zich in de Christelijke
Kerk dc met zich zelve ingenomen geleerde aanmatiging,
om de leeringen van het Christendom naar haren zin
uit te leggen, en zich over beschouwingen en meenin-
gen met hare tegenstrevers in t-wist te begeven, waarbij
het heerlijke, eenvoudige Christendom reeds veel van
deszelfs invloed op het openbare leven, en de gods-
dienstoefening van hare uitwerking op het hart ver-
loor; en van den anderen kant verkreeg het deszelfe
nieuwe volgelingen bij nog uitermate ruwe en onbe-
schaafde natiën, wier verstandelijke duisternis deszelf«
hemelseh licht niet loo geheel kon doordringen, en