Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.178
tijd in en buiten Griekenland (want de Homerigche
Godenleer sehijnt, onder zekere wijzigingen, de alge-
meene leer van het Heidendom geweest te zijn) zoo
lang in rust, orde en volgzaamheid, tot de beroemde
satyricus van Sarnosata, ltciakus, op de veraehtelijk-
ste wijze de goden bespottede. Alstoen was het
duister voorgevoel van een goddelijk beginsel met
het op vrees rustend gelooven uit der menschen ziel
verdreven, en aan de losgelaten dierlijke driften eenej
wijde deur" geopend.
§. 131.
Hetzelfde was het geval bij het groote volk der
Romeinen, ten tijde als cicero onbeschroomd er voor
uitkwam, dat hij te huis de goden bespottede, die
hij in de opentlijke vergaderingen vereerde, en een
CATC met de openbare eeredienst den draak stak, zeg-
gende, zich te verwonderen, dat, als de eene pries-
ter den anderen ontmoette (aruspex aruspicem quum
vidisset), *zij zich van lagchen konden onthan-
den. Het levert inderdaad een afgrijselijk schouw-
spel op, als men het leven in dat tijdvak der ge-
schiedenis zich ter overweging voorstelt, een tijdvak,
in hetwelk, nadat het Goddelijke beginsel uit de
menschen geweken was, het meer dierlijke leven hot
heidendom in verval bragt, en met deszelfs verval
de menschheid zelve naar den afgrond trok.
§. 132.
Toen vertoonde zich de magt van het Goddelijke be-
ginsel, hoezeer dan ook in een op vrees gegrond ge-
looven, nog steeds bij het kleine Israëlitische volk;
want, ofschoon het zich niet zelden tijdelijk tot afval
liet verleiden van zijne zuivere Godsdienst, zoo keerde