Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.177
delijke beginsel uitsluitend in staat is het leven en zyn
der menschen te leiden; want, alleen de gedachte aan
het Goddelijke is krachtig genoeg, om al die dierlijke
driften! zelfzucht, eigenliefde, hebzucht, ijverzucht,
heerschzucht, zucht naar genot, met al derzelver bui-
ten de palen der humaniteit loopende gevolgen, te on-
derdrukken, en den mensch weder zoodanig tot zijn
hooger aanwezen te verheffen, dat hij slechts in de
tegenovergestelde strekking zijner gedachten en ver-
langens met een hemelsch gevoel zijne waarde en
zielsgenoegen vindt. Maar zulk eene werking van het
Goddelijk beginsel, of van de gedachte aan God,
moet in des menschen ziel indringen, het zij door gevoel
of zekere duistere gewaarwording (Gefühl und Ahnen), of
door een vertrouwend gelooven, of, in een' hoogeren
sfeer, door denken, beschouwen en op rede gegrond ge-
looven. — Van de eerste wijze toonde het Goddelijke be-
ginsel deszelfs werkdadigheid bij alle heidensche volken,
en van de tweede, in den hoogeren sfeer van het
menschelijke leven, bij de groote Wijzen van Grieken-
land, onder welke het in de edele zielen van eenen
socRATEs en PLATO iu het aanlokkelijkste licht te voor-
schijn trad, zoo dat, indien hun nog het geluk ten
deel ware gevallen, het hemelsche licht van het Chris-
tendom te erlangen, zij deszelfs geest gewis, even
als een der groote Kerkvaders, op de krachtdadigste
wijze tegen de boosaardige aanvallen van de dwaal-
leeraars van onzen tijd zouden hebben verdedigd en
voortgeplant.
Het op een duister gevoel en vrees gegrond gelooven
oan dè diensten, zoenoffers en genoegdoening vorderen-
de goden iiield toch de heidensche volken van dien