Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
17f?
merkt, de gegronde klagt aangeheven, dal de Gods-
dienst en de godsdienstige stemming en aandacht te
zeer is afgenomen, en het groote kwaad daaraan moet
worden toegeschreven. Doeh den eigenlijken grond van
die gesteldheid niet doorziende, zijn zij van gevoelen,
en raden aan, dien kvraden geest des tijds als het
ware door godsdienstige zinnebeelden en godsdienstig
klinkende formulieren te bezweren en te verbannen,
of, met andere woorden, door alle onderwerpen van
onderwijs tot het Godsdienstig onderwijs en de weder-
invoering van de buiten gebruik geraakte kerkelijke
aandachtsoefeningen te beperken, dien kwaden geest ten
onder te brengen en eenen beteren te doen herleven.
§. 129.
De godsdienstige partij heeft nu wel geen ongelijk,
wanneer zij, even als de staatkundige, beweert, dat
ten tijde, toen het onderwijs binnen engere gren-
zen was besloten, en de kerkelijke instellingen nog
in achting stonden, gevolgd en te nutte gemaakt
werden, die zeer noodlottige ontaarding zoo min on-
der het volk als onder de studerenden bekend was. —
Doch, in hoe verre kan nu de daaruit afgeleide ge-
volgtrekking steek houden, dat om die reden ook de
oude kerkelijke instellingen van onderwijs en aandachts-
oefeningen weder op nieuw moeten ingevoerd wordeu?
Wij zullen dit gemeenschappelijk en met redelijke
belangstelling voor de gewigtige zaak nader onderzoe-
ken. Juist ook uithoofde van het groote belang der
zaak zal de beschouwing zich mede over de kracht
van het Goddelijk beginsel uitstrekken.
§. 130.
Uet is eene onmiskenbare waarheid, dat het God-