Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.174
getuigsclirifteu vaa het bevoegd geiag uopeus gedrag
en zeden verpligt zijn over te leggen. Niet minder
wijs is het, dat een gestreng toezigt wordt gehouden
op het gedrag van ieder student op zieh zelven, zoo
wel als op hunne zamenkomsten en hunnen omgang
onderling. De vriend van ware besehaving zal zich
voorzeker verheugen in het denkbeeld, dat er maatre-
gelen zijn genomen, om althans ééne enkele voorname
bron, waaruit het aangewezen kwaad ontspruit, te
verstoppen; doch ieder opvoedkundige, die scherpzin-
nig doorligt aan kennis van het jeugdig gemoed paart,
en de jeugd vooral sedert het tijdvak, binnen het-
welk wij onze groote aangel^enheid beschouwen,
heeft leeren kennen, zal de bezorgdheid niet kunnen
van zich afwerpen, welke de navolgende vragen bij
hem moeten gaande maken.
Wie vermag de anschuldigen en geheel vlekkeloosen
van de verleiden en door het kwaad reeds aangesto-
kenen te onderscheiden ? Strekken de getuigenissen
aangaande gedrag en karakter, door de geloofwaardig-
ste zoo binnen- als buitenlandsche autoriteiten aan
ieder, die naar eene Hoogeschool vertrekt, als reis-
pas medegegeven, tot genoegzaam veilige gidsen in de-
zen? Heeft de ondervinding niet geleerd, dat onder
de misleiden zich misdadigers bevonden, die, wat
hunnen wandel en gedrag betrof, voor de meest ze-
delijke jongelingen werden aangezien?
Deze zijn, wat den grond van hun hart aanbelangt,
dikwerf welgestemde en braaftlenkende jongelingen;
maar zij zijn vervuld van en worden begoocheld door
de hoogmoedige gedachten van onder Duitschlands
heldenzonen met den roeniruchtigen eikenkrans, of de