Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
171
waarop het vonnis berust, in 't algemeen openbaar
dienen bekend gemaakt te worden; want de verlei-
ding tot ondeugd bewerkt honderd, ja duizend, zede-
lijke moorden, en, middellijk, ook ligchamelijke. Wie
dit vatten kan, vatte het.
Tot de evenzeer doemwaardige gesehriften behooren
ook die, welke met de eerwaardigste en heiligste
godsdienstige onderwerpen, op eene onbetamelijke en
gemeene, of opentlijk op ongeloof uitloopende wijze
den spot drijven, dewijl hier het doemwaardige, al
mögt ook het nadeel niet zoo groot wezen, door zul-
ke geschriften te stichten, als door eerstgenoemde,
omdat zij te weinig gelezen worden, desniettemin met
opzigt tot den schrijver te grooter is, wijl hij weet
en inzien moet, dat hij door zijne ligtzinnigheid des
menschen eenigsten steun van zijn geestelijk leven
ondermijnt.
Zoodanige handelwijze ten aanzien van dergelijke
geschriften moet gerekend worden tot eene verstandi-
ge Demagogie, en, middellijk, ter ondersteuning van
de Paedagogie van staatswege, te behooren.
Schriften van godsdienstigen inhoud, die met wel-
voegelijkheid en ernst bestaande gebruiken of kerke-
lijke leerstellingen aantasten, of kerkelijke instellingen
of opperhoofden vernederen, mogen ook wel tegenge-
gaan en verboden worden, alzoo de groote hoop niet
in staat is dezelve op de regte waarde te schatten, en er
dus grootelijks aanstoot aan neemt. Verbeurdverklaard
of vernietigd moeten zij echter niet, maar elk eenig-
zins onderwezen menseh moest, gelijk in Oostenrijk
geschiedt, het werk, volgens een schriftelijk verlof, kun-
nen ter lezing erlangen. Op deze wijze wordt van