Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ifiü
daarin opjjesloteu liggende rampen wei tegen-
gaan (1)?
Verbod en intrekking van gedrukte geschriften
heeft gewoonlijk dan plaats, wanneer het reeds door
eene groote menigte van handen is gegaan, en ieder,
die van het verbieden van een werk, dat hij nog
niet bezit, heeft hooren spreken, wordt daardoor te
meer opgewekt, om het zich te vcrsehafFea; want
niet in alle Duitsche landen valt verbod eu verbeurd-
verklaring te gehjkertijd in.
§. 121.
Ook de arglist maakt bovendien gebruik van bediiege-
lijke titels, om het verspreiden van verleidelijke en ge-
vaarlijke boeken te bevorderen, zoo als, b. v., nog het
geval is geweest met het Werk: Woorden eens Ge-
loovigen.
Uoe lang duurt het in die omstandigheden soms
niet, eer een beoordeelaar er achter komt, dat de
schrijver maar een masker voor zijn aangezigt heeft
genomen ?
§. 122.
Zou dan ook welligt die maatregel niet doel treffen,
door welken men de drukpersen zelve onder toezigt
stelt, opdat geene vooraf niet gecensureerde werken
in het licht verschijnen? Men bedenke hier al we-
der, dat, helaas! aan de beruchte propaganda de
(1) liet Tei'bod en de verbeurdverltlaring van ligtzinnige ge-
schriften is gewis eene daad van billijkheid en wijsheid ,
al ware 't alleen om de hoogere afkeuring te kennen te
geven. Doch de vraag is hier, of deze handeling op zich
zelve tot het doel zal kunnen geleiden.