Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Iß8
zulk eeuen grooten vloed van nieuws - en dagbladen,
bij een zoo leesgierig publiek, wel uitvoerbaar zijn? —
Of wel, onze nieuws- en dagbladen moesten met be-
trekking tot derzelver inhoud nog veel strenger be-
waakt worden. Doch waarop moest de censuur dan
wel voornamelijk de aandacht vestigen? Waarschijnlijk
op de onjuiste en verderfelijke denkbeelden en gevoe-
lens , welke de arglistige verleiders onder het volk
zoeken te verspreiden. Zal echter de censuur, indien
zjj dergelijke bladen, met betrekking tot de daarin ge-
voerd wordende redeneringen, ook aan het scherpste
toezigt onderwerpt en zuivert, haar doel bereiken?
Kunnen niet de nieuwsbladen reeds door het bloot
aanvoeren van gebeurtenissen, met weglating van alle
redenering, hun doel bereiken, de redenering over
het medegedeelde aan de lezers overlatende (1)?
Daarbij mag men nog wel bedenken, dat ons Duitsch-
land nidt onder éénen Regent, ééne en dezelfde grond-
wet, ééne zelfde politie, en by gevolg ook de cen-
suur der dagbladen veel min onder één en hetzelf-
de toezigt staat.
§. 120.
Maar de nieuwsbladen zijn over 't geheel minder
bedenkelijk dan wel de menigte boosaardige vlug-
schriften, en deze zou men het publiek gerustelijk
kunnen onthouden, uit welken hoofde op deze dan
ook het strengste toezigt behoorde te worden uitgeoe-
fend. Zal echter verbod en verbeurdverklaring de
(1) Listige dagblad - schrijvers kunnen ook zelfs de gevaar-
lijkste redeneringen onder den geveinsden schijn van afkeuring
in hel publiek brengen.