Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
167
ïullen verspreid wordeu? Hoe ijdel is deze gedachte,
in aanmerking nemende, hoe 't met onze volksbe-
schaving over 't algemeen geschapen staat! Indien de
zoogenaamde verlichtingsscholen ook allen gesloten wor-
den, ook dan nog zullen de verkeerde denkbeelden,
begrippen en gevoelens, welke door dezelve zouden
kunnen verspreid worden, door den invloed van den
geest des tyds wel verder worden voortgeplant, en, wan-
neer niet in dé scholen op het wijzigen en teregthrengen
van dwaalbegrippen en de ontwikkeling van hMgeen
waar, regt en goed is, wordt gewerkt, van het tegen-
woordig geslacht op het volgende overgebragt worden;
want de massa des volks is reeds in het denken en
spreken te ver vooruit en te zeer door de leeszucht
aangestoken. De jeugd kan derhalve te allen tijde,
wanneer zij uit die naauwer beperkte scholen treedt,
door vijandig gezinde verleiders, langs den weg van
het boekenlezen, op een dwaalspoor worden geleid.
Daarbij kan niet onopgemerkt blijven, dat juist die
zoo kwalijk gezinde volksverleiders elke beperking van
den bedoelden aard dadelijk zich weten ten nutte te
maken, ten einde het volk op nieuw verdenking en
argwaan tegen de opperste staatsbestuurders te doen
opvatten, en dat de stemming en gezindheid der men-
•schen door niets meer wordt bedorven, dan door
wantrouwen, achterdocht en argwaan tegen hen, die
boven hen zijn gesteld.
119.
Bij eene van hoogerhand voorgeschrevene inkrimping
der schoolkundigheden, zou ook het lezen van onze
dagbladen en nieuwspapieren tevens behooren in aan-
merking te komen. Zou zulk een maatregel nu bij