Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
164
Tbekwaine en der zaak kundige Schoolraden, van ervaren
Schoolopzieners cn degelijke Onderwijzers in de Kweek'
scholen van Onderwijzers, maar zendt, gelijk boven reeds
werd vermeld, ook talentvolle mannen van het vak naar
andere landen, van welke zij verneemt, dat er uitste-
kende en bezienswaardige schoolinrigtingen bloeijen.
Maar hebben wij dan niet in ons eigen land tegen-
woordig (1) een afdoend gezag voor onzen wensch,
dat het staatsbestuur voornamelijk de doeltreffende in-
rigting van het schoolonderwijs onder hare belangrijkste
zorgen behoort te rangschikken ?
Onze verlicht - denkende Staatsminister, Forst von wal-
LERSTEiN, bevFijst met de daad, door rusteloos werken en
streven voor de bevordering van een behoorlijk ingerigt onder-
wijs, dat hij dezelfde wijze van zien en gevoelen is toegedaan.
Pligt is het derhalve voor den Opvoeder van men-
schen, de te dezen aanzien bestaande uiteenloopende
beschouwingen van alle kanten toe te lichten, opdat
de Grooten der aarde het ware leeren inzien en er-
kennen en hunne magt en gezag bezigen, om deszelfs
verspreiding te verzekeren. Niet zij, die met de op-
perste leiding der aangelegenheden van den ganschen
Staat zijn belast, zijn in staat de afzonderlijke deelen
van het bestuur te overzien en alle bijzonderheden
te doorgronden, maar eischen het met regt van de
mannen, aan wie de beoefening van een bijzonder vak
is opgedragen —, eischen, zeggen wij, dat zij hunne re-
delijk gezinde ophelderingen dienaangaande doen kennen.
(1) Ilij, die mei de regeling en rigting Tan de sdioolzaUen in
Beijeren eenigermate bekend is , weet, dat de Vorst tok waller-
steik , aan wien dit Tak was opgedragen , sedert als Minister Tan
Einnenlandsche Zaken is afgetreden. F'ert.