Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
150
groote en hoogere belangen, welke wij op hot oog
hebben.
§. 110.
De niensch, tlie in zijne sehool blootelijk eene
opperrlakkige oefening en geoefendheid van zijn ver-
stand heeft opgedaan, en naar aanleiding daarvan alles
denkt te kunnen bevatten eu beoordeelen, zonder de
zaak zelve in haren omvang en hare betrekkingen tot
de deelen en het geheel te hebben leeren kennen,
loopt, even als de onvoorzigtig geleide leerling van
een Gymnasium, gevaar, vooral in ondergeschikte be-
trekkingen, een onrustig, bedilziek en wederspannig j
mensch te worden. Wordt zoodanig leerling later door
verleiders gebragt tot het bedillen van wetten, ver-
ordeningen , staatsinrigting en overigheid; dan wordt
hem het ware veld aangewezen, op hetwelk zijn ge-
oefend verstand zich denkt te moeten vertoonen. De
verleider behoeft hem slechts die zijde voor te hou-
den, alwaar aan het onderwerp de schijn van onregt
kan gegeven worden, dan voelt hij zich reeds te eer-
der tot boosaardige berisping opgewekt, daar zijn
trotsche eigenwaan hem tevens ver boven diegenen
verheft, die zulk eene onregtvaardige en dwaze re-
gering cn besturing van de menschelijke belangen voeren.
Nu behoeven dezen nog maar als vijanden van de mensche-
lijke reden en vrijheid aan den jongeling te worden
voorgesteld, die voor deze hoog te waarderen goederen
der menschheid blaakt; iedei e verkeerd beschouwde
verordening, iedere eenzijdig opgevatte handeling en
voorstelling der overigheid of der regering slechts ten
bewijze te worden aangevoerd; en die jongeling,
welligt in den grond braaf en goedhartig, is voor het ]