Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
gebreken van de scholen, door ons verlichtingsscholen
genoemd, ingezien; docli zij hebben hetgeen in de-
zelve wordt verrigt, hoofdzakelijk uit het oogpunt van
de door het veelzijdig leeren veronachtzaamde verstands-
ontwikkeling opgevat, en zijn daarom ook maar voor-
namelijk bedacht geweest op het uit den weg ruimen
van dit gebrek.
De weg, dien zij zich ter bereiking van het voor-
gestelde doel afbakenden, was de invoering van af-
zonderlijke denkoefeningen, gedeeltelijk door het ont-
leden van onderscheidene begrippen, welke in oaze
taal voorkomen, b. v.: oorzaak, uitwerksel, doel,
middel enz., gedeeltelijk door de theoretische ontwik-
keling van sommige vakken van onderwijs, door wel-
ke, gelijk men het noemde, meer de formele inwen-
dige ontwikkeling, dan wel eigenlijke zaakkundighe-
den , zoude bevorderd worden.
Door deze welmeenende poging werden, zoo als
gezegd mag worden, geheel nieuwe scholen boven de
meergenoemde verlichtingsscholen geplaatst.
De vraag is dus: alzoo zulke scholen schijnen
opgang te zullen maken, of deze dan niet voor
ons groot en gewigtig belang: eene verstandige, be-
zonnene, en uit dien hoofde ook stille, gewillige,
ordelijke en christelijk godsdienstige bevolking aan te
kweeken, bevorder!jjk kunnen zijn?
Dit zullen wij nu onderzoeken.
106.
Deze scholen zijn, hoe goed zij ook gemeend zijn,
hoe schrander zij ook zijn ontworpen cn aangelegd,
en hoe ijverig zij worden ter hand genomen toch
niet vrij van de gevaren en van het nadeel, zoo wel