Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
153
heerschzucht vüoi tkoiuen, ook bij het volk weèrklank
en ingang vinden, cn zoo velen misleiden en tot
de verschrikkelijkste wanbedrijven verleiden, ja in
staat zijn geheele drommen niet zelden tot onstuimige
gisting en gewelddadige aanvallen op het bestaande
en deszelfs bestuurders op te ruijen en in beweging
te brengen, dit kan maar alleen uit een waarlijk ten
uiterste gevaarlijk onderwijs voortkomen; want de tijd
wordt slechts door de meeningen geregeerd, cn deze
gevaarvolle bron der verkeerde meeningen ontspringt
uit het door ons bedoelde onderwijs.
Wie met een zielkundig oog de tot hiertoe voorge-
gestelde beschouwing heeft gevolgd, zal den grond
van hetgeen door ons beweerd wordt, tot de zekerste
ovevtuiging toe, inzien en erkennen; doch wie den
gang van de schoolopleiding, zoo als zij tot dusverre
is ingerigt, niet in staat is uit een zielkundig gezigtspunt
na te gaan, moet evenzeer dezelfde overtuiging op-
doen , uit krachte van het hiervoren aangevoerde:
dat de tijd tóór het bestaan van die scholen geheel
anders was, en de tegenwoordige toestand alzoo door
die scholen is aangebragt, ten minste bevorderd gewor-
den (1).
§. 104.
Wat volgt nu uit deze overeenstemmende oordeel-
vellingen? In die gevolgtrekkingen zullen en moeten
dc vrienden en voorstanders der menschelijke bescha-
(1) Het oog slaande op de landen , in welke in 't geheel
geen , of geen noemenswaardig onderwijs bestaat , worden de
bedenkingen van den Schrijver niet minder belangrijk.
Veria/er.