Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
152
der sehool ontloopen, reeds genoeg heeft aan de ge-
sprekken, van ouderen in jaren aangehoord, en de
nieuwstijdingen van den dag, door de dagbladen uit-
gevent, om voor zich ook van zijn schoolonderwijs
eene verkeerde en voor het algemeen gevaarlijke toe-
passing te maken.
Vaïi den eenen kant vermeerdert het vroeger geno-
tene physiologisch onderwijs het gevaar der immorali-
teit, door het onderrigt in de natuurlijke geschiedenis
aangebragt, doordien het eerst bedoelde hem — even
als de zonde aan het eerste mensehenpaar (doch in
eene omgekeerde betrekking)— ontdekt, dat hij naakt
is; en van den anderen kant veroorzaakt het, ziel-
kundig, de verkeerdheid in de regtsbegi-ippen, en
wel evenzeer in het gebied van het burgerlijke als
van het staatsregt.
Het slimste in eerstgenoemd opzigt is, dat het
schaamteloos voorthollen in zinnelijke lusten, volgens
een oud Duitseh spreekwoord, in gemeene zielen het
gevoel voor waarheid en regt ondermijnt.
§. 102.
Zulke verkeerde beschouwingen nopens hetgeen regt
is, wekken, in dien verslimmerden toestand van het
menschelijk gemoed, ook in den beginne twijfelingen
op aangaande den regtmatigen grond der burgerlijke
wetten en der burgerlijke overigheid; ja die twijfe-
lingen worden tot eene heillooze overtuiging, zoodra
een misdadig gezag zulke roekelooze stellingen van een
nieuw evangelie vóórpredikt.
§. 103.
Dat nu dergelijke leerstellingen, welke uit eene
der menschheid vijandige zelfzucht en overmoedige