Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
148
gelieden ontvloden en met haar ook het verlangen naar
huwelijksgeluk, terwijl met deze veranderde stemming
ook de aehting voor de bestaande huwelijksbetrekkin-
gen is vervlogen, ja zelfs de roekelooze begeerte
is ontstaan om juist in Hymens tuin de vrueliten te
rooven, tot welke de zucht naar het vérbodene bo-
vendien nog aanprikkelt.
Is het in dit opzigt mede niet zoo ver gekomen,
dat de jeugdige ijdelheid trotsch is op liefdes - avontu-
ren , en zich, even als een Don Jwan van Marana,
op eene schandelijke vdjze onder baars gelijken daarop
roem draagt, en onder misdadig en schimpend gelach
de bedrogene eehtgenooten opsomt, en zoo doende
alle achting voor huwelijkstrouw uit de liarten van
hunne medgezellen verbant, zoo vele heilige banden
van vrede tusschen eehtgenooten vaneen rijt, hun
huwelijksgeluk ondermijnt, en aan onschuldige kinde-
ren ouderlijke zorg, koestering en opvoeding ontrooft ?
Het antwoord hierop mag ieder geven, die in de
gelegenheid is geweest de vertrouwelijke bijeenkomsten
van sommige jongelieden bij tc wonen.
En dat eene teugellooze losbandigheid in de dienst van
de Venns vulgivaga reeds algemeen heerschend wordt,
zulks getuigen de geneesheeren, bitter klagende, dat
zij de zoogenaamde geheime ziekte niet enkel meer
in de steden, raaar zelfs op het land vinden.
Doch, lot welk een einde — zal men welligt vra-
gen — deze buitensporige jeremiade van eenen zedepre-
diker in dit geschrift? Neen, niet de zedepi'ediker,
maar dc opvoeder van menschen spreekt, zijns on-
danks, raaar gedrongen door den treurigen toestand
van hetgeen hij rondom zich ziet, uitvoeriger over