Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
147
100.
Moet dau iiu de schuld hiervau uitsluitend op de
bedoelde scholen geworpen worden ? Is zulks geen
hoogst onregtvaardig en onverdiend verwijt? Uet ant-
woord op deze vraag zullen wij dan eerst geven,
wanneer wij de ondeugd van den wellust in de gan-
sche uitgestrektheid harer uitspattingen en derzelver
gevolgen zullen blootgelegd hebben, zoo als, ongeluk-
kig genoeg, de zaraenlevirig ons dezelve voor oogen
stelt. Wij nemen tot dit einde onze getuigen uit den
stand der ambtenaren, welke met het toezigt over de
politie zijn belast, der Geneesheeren en der Geestelij-
ken, en vragen: Is het, volgens hunne getuigenis-
sen , niet reeds zoo ver gekomen, dat in vele Ge-
meenten het aantal geboorten van onechte kinderen
dat der echte niet alleen gelijk komt, maar zelfs
overtreft? Is het niet zoo ver gekomen, dat een ge-
vallen meisje bij herhaling en ongestraft weder ten
val komt? Is het niet zoo ver gekomen, dat eene
ontelbare menigte van alle eerbaarheid en schaamte
ontdane vrouwspersonen schaamteloos met haar lig-
chaam handel drijven? Is het niet zoo ver gekomen,
dat in menig land personen van beiderlei kunne,
zonder door het huwelijk te zijn verbonden, in straf-
waardige onverschilligheid als man en vrouw te za-
men leven? Is het niet zoo ver gekomen, dat jon-
gelingen onbeschroomd over zinnelijk genot spreken,
als maakte het een gewoon onderwerp van gesprek uit,
zoo als over schouwtooneelen, hals en spelen gesproken
wordt? — En wat zijn ook de gevolgen van deze zno
geheel dierlijke levenswijze? De liefde, welke allcéa
ware genoegens aanbiedt, is uit den ;kn"iig der jon-
11