Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
146
schijnselen kwamen den mensehen in die tijden Toor
als Terschijningen van de nabij zijnde Godheid, en
hun, die zich strafschuldig gevoelden, als dreigende
teekenen van eenen wrekenden en gestrengen Regter.
Het is niet te gelooven, welken invloed deze wijze van
eene onverklaarbare en magtig werkende natuur te
beschouwen op het zedelijk leven der menschen uit-
oefende, inzonderheid op de onderdrukking van de
geslachtsdrift, wier doodvijandin de vrees is.
Bij die onkunde van de Natuur, welke deels ont-
kennend, deels stellig, op de beteugeling van de on-
deugd van den wellust voordeelig werkte, konden ook
de Godsdienst - leeraars den invloed van de Godsdienst
nog bijzonder indrukwekkend en weldadig maken, en
zoo heerschte, ten aanzien van dit gewigtig punt van
het openbare leven eene ''zoo gestrenge zedelijkheid
onder het volk, dat de tegenwoordige maar al te
teugellooze onzedelijkheid daarmede gewis eene zeer in
het oog loopende tegenstrijdigheid uitmaakt.
Men neme ten onbetwistbaren bewijze de treurige
daadzaak, dat voormaals in dorpen, ja zelfs ook in
kleine steden, het vernemen van den val eener
maagd den onaangenaamsten opentlijken indruk te weeg
bragt, welke de gevallene met schaamte vervulde, en
haar, als ware het, buiten den kring harer speelnooten
verbande; terwijl tegenwoordig, niet enkel in kleine
steden, maar zelfs in dorpen, zij, die nog voor den
val bewaard zijn gebleven, het kleinere getal uitma-
ken (1).
(1) En de Sclirijver leefde in Beijeren!
Fertaler.