Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
145
jeugdigen mensch, vooral bij het naderen van zekeren
leeftijd, maar al te ligt de zinnelijke lusten iu bewe-
ging. Uet gevaar voor de zedelijkheid wordt van nu at
te grooter, naarmate de jeugd alsdan in hoogeren graad
de behoefte gevoelt aan onderlinge mededeeling, waartoe
het nieuw ontwakende gevoel mede grootelijks opw^ekt.
De dieren worden van nu af aan hoofdzakelijk uit
het oogpunt beschouwd van de wederkeerige betrek-
king der geslachten. Deze beschouwing wordt nu zeer
ligt overgebragt op de menschen, waardoor de ge-
slachtsdrift alsdan overmatig geprikkeld wordt. Zoo
komt het , dat, helaas! de ondervinding ons treurige
afdwalingen tusschen jongelingen en meisjes doet ken-
nen , die de school naanwelijks of nog niet verlaten
hebben (1). Dat met de jaren de ondeugd van den
wellust in heillooze uitspatting ontaardt, laat zich zeer
natuurlijk verklaren, wanneer men bedenkt, dat on-
derwijzers, door het onderwijs in de natuurlijke ge-
schiedenis — onvoorbedaehtelijk, en derhalve onschul-
dig — daartoe toch negatief zeer veel bijdragen.
De zaak kan op de volgende wijze verklaard worden. Bij
de oude seholen, in welke de kennis der natuur geen
voorwerp van onderwijs uitmaakte, droeg zelfs het ten
aanzien van de natuurverschijnselen bestaande bijgeloof
er voornamelijk toe bij, om die vrome stemming te
onderhouden, welke in die tijden nog onder de men-
schen heerschende was (2). Alle bijzondere natuurver-
(1) Tergelijk het werkje: Ueber die vorgebliche Ausartung
der Studirenden.
{i) Eene ontijdige verlichting is voor de zedelijke denk-
wijze der menschen even zoo gevaarlijk , als eene plotselinge
vrijlating der slaven voor veiligheid en rust.