Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
143
mng van het ondencijs geenszins het begin van het wa-
re leven in de gemeenschap met anderen, waarop alle
kundigheden eigenlijk behoorden te doelen, en nog miw
der het vermogen om de aan hetzelve in de school toe
gediende kundigheden en onderscheidene soort van stof
zelve te vereenigen, en in die vereeniging als van zelve
een middelpunt van de verschillende bijgebragte kundig-
heden te zien, en zoo doende zich het doel van het
onderwijs zelf te denken en voor te stellen. Zonder
teugel gaat derhalve dit onderwijs voort, slechts uit-
gebreid naar gelang van de schooljaren, doch in geenen
deele verhoogd volgens de trappen van eene langzaam
opklimmende kennis, en veel minder gestadig opgeheU
derd door de wederkeerige betrekking van de eene
kundigheid op de andere en van allen gezamentlijk op
het middelpunt, van hetwelk behoort te worden uitge-
gaan: de kennis van God.
Zoo kan dan ook het schoolonderwijs ten minste
niet beletten, dat eene stemming en gezindheid zieh
ontwikkelt, welke gunstig is voor de hiervoren ge-
laakte gebreken. Ja wij kunnen het baarblijkelijk vol-
gens zielkundige wetten verklaren en aanwijzen, dat
zulke scholen juist die betreurenswaardige gezindheid,
zonder het te vermoeden, in de hand werken. Hier
komt te pas, wat Christus van diegenen te kennen
gaf, die zijne leer niet regtstreeks bestrijden, maar
dezelve ook niet genegen zijn: » Die niet met Mij
is, is tegen Mij." Uit die oorzaak reeds, dat deze
scholen niet zijn aangelegd ter bereiking van het ware
doel, en er niet onophoudelijk naar streven om het
te bereiken, zijn zij voor dat doel negatief schadelijk;
positief nadeelig zouden zij op de navolgende wijze worden.