Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
136
schrijving der landeu en zeeën, worden medegedeeld,
terwijl men door behulp Tan kaarten alles tracht aan-
schouwelijk te maken.
Is dit nu een ondeneijs voor het leven ? Tot welk
einde moet het door den leerling aldus worden aan-
geleerd? Is het, opdat hij, in het vervolg, als am-
bachts- of handels - leerling zoude weten, werwaarts
hij zich te begeven hebbe, om in vreemde landen
zich verder te bekwamen, of er zijn voortkomen te zoeken ?
Maar het onderwijs wordt vollediger gemaakt door de
zoogenaamde producten - geographic en de staatkundige
aardrijksbeschrijving! Welk doeltreffend verband kan er,
in welk opzigt ook, door een' verstandig' onderwijzer
gebragt worden tusschen dit onderwijs en de algemee-
ne levenskennis, met name voor leerlingen der lagere
scholen? Zoo wordt dan het geheugen uitsluitend aan-
gevuld met een' onafzienbaren overvloed van korte op-
gaven, waarmede de leerling ten hoogste eenen schijn
van geleerdheid kan vertoonen en bij onkundigen op-
zien en verwondering verwekken.
Dat het wezentlijk aldus met de zaak gelegen is,
kan daaruit worden afgeleid, dat de kennis der geo-
graphic niet van den grond af wordt ontwikkeld.
Want waar verkrijgt een leerling de onbepaald nood-
zakelijke voorloopige begrippen van eene landkaart, als
afteekening of voorstelling van eene landstreek, icaar
die van datgene, wat op deze afteekening op te merken
valt; — waar de noodige voorafgaande uitlegging en
opheldering nopens de op de kaarten voorkomende tee-
kens en derzelver beduidenis? — Waar de inleidende
denkbeelden nopens het doel van dit onderwijs en van
deszelfs verband met de algemeene en noodzakelijke