Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
125
Nu weet liij, bij de menigte van onderwerpen, wel-
ke geleerd en onderwezen moeten worden, den tijd
niet te vinden, en zoekt in zijne verlegenheid óf eene
verdeeling der leervakken naar den ouderdom der leer-
lingen, óf wel eene inkrimping der taak naar dei-zel-
ver omvang. In het eerste geval beslist hij voor zich
zelven, alzoo hij vaststelt, dat het eene of andere
leervak, b. v. aardrijkskunde, nog niet voor de lagere
klassen geschikt is, en daarom voor de hoogere klas-
sen moet bespaard worden. In het laatste geval zegt
hij: in dit of dat gedeelte van het onderwijs zal ik
van het daartoe behoorende niet meer dan hetgeen in
eenige bepaaldelijk hiertoe uitgekozene afdeelingen of
hoofdstukken voorkomt, kunnen ter hand nemen.
Zijn nu eenmaal deze besluiten genomen, dan wordt
er, is de onderwijzer vlijtig, eens regt op los geleerd,
maar ook uitsluitend geleerd.
Die verlichtingsscholen worden nu zoo goed weder
leerscholen, als de oude scholen, dewijl de leerlin-
gen, zoo als boven reeds eenmaal werd opgemerkt,
door den grooten rijkdom van hetgene moet worden
aangeleerd, al te zeer overladen worden.
Waar blijft dan nu nog de tijd overig ter oefening
van het denkvermogen, en alzoo tevens van de ver-
standsontwikkeling? Het groot gebrek van deze ziellooze
oefening is het heilloos gevolg van het onbepaalde in
de natuurlijke opklimming der onderscheidene vakken
van onderwijs, hetgeen, ongelukkig, door zoo weini-
gen van onze onderwijzers en hehaitigers van het on-
derwijs wordt ingezien; want, daar hun het begin-
sel, waarop een voor menschen passend onderwijs be-
hoort ingerigt te wezen, niet in het oog valt, zien zij