Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
124
§. 87.
Wat kan nu wel het gevolg zijn van een leerplan,
herwelk op onlogische grondslagen wordt aangelegd ?
De onderwijzer kan voor zich te minder op de gedach-
te komen van het einddoel van zijn onderwijs^ en dus
ook niet van de gewenschte manier en wijze van be-
handeling der voorgeschrevene leervakken, daar hij geenen
zamenhang tusschen dezelve ontwaart, en nog minder
hunne betrekking onderling en tot het hoofddoel in
staat is te ontdekken, waardoor het onderwijs wezent-
lijk practisch voor het leven en ongemeen gemakkelijk
zoude gemaakt worden.
Komt nu bij dit gemis van eene bepaalde en logi-
sche vastheid nog die van eene logisch -practische op*
klimming van het onderwijs in de onderscheidene dee-
len van hetzelve, dan moet die behandeling gansch en
al aan het goeddunken des ondenvijzers overgelaten blij*
ven. — Hij zal en kan wel zijne verschiUende leervakken
niet anders beschouwen, dan als eene opgegevene
taak, welke hij met zijne leerlingen moet afwerken.
volgens, of dan, wanneer datgene, wat den Mensck ten
voorwerp heeft , wordt behandeld, niet dat gedeelte van het
onderwijs, wat de Spraak betreft« daarin behoort opgenomen
te worden , en of bij het behandelen van hetgeen de Natuur
aangaat, ook niet, uithoofde van de noodzakelijke betrekking
der kundigheden van de Natuur op het Leven, het onderwijs
aangaande Maai en Getal als daaraan ondergeschikt moet aan-
gemerkt worden ? Doch meer hieroyer te spreken, verbiedt
de bescheidenheid. Slechts zooveel zij den redelijk gezinden
opToedkundige geoorloofd te zeggen: In een openhaar leer-
plan vordert de openbare eer, dat de opsomming van de on-
derwerpen , welke moeten onderwezen worden , ten minste
niet de logica geheel en al verwaarlooze.