Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
119
§. 80.
Het gebrekkige van zulk een schoolonderwijs, als
hier genoegzaam uitvoerig is voorgesteld geworden,
zal, na zulk eene beschrijving, voor ieder duidelijk
zijn en hem den wenseh afdwingen, dat zoodanig on-
derwijs moge afgeschaft worden; want eene ver-
betering van hetzelve is onmogelijk, aangezien eene
wedergeboorte in den geest noodzakelijk is.
§. 81.
De Regeringen moeten zich uit dien hoofde niet vlei-
jen met de hoop, dat door hunne aanwijzingen en
aanbevelingen aan de Schoolopzieners, ter bevordering
van een grondig en verstandig onderwijs, deze gebre-
ken en nadeden voor het openbare leven uit dat
werktuigelijk onderwijzen en leeren zullen verbannen
worden.
Met al de ijverige bemoeijingen van de zijde der
Schoolopzieners zal ten hoogste, zoo als daar even
nog is aangestipt, worden voortgebragt eene grootere
vaardigheid in het lezen, meerdere geoefendheid in het
fraai schrijven, ea daarbij tevens betere inachtneming
van de regelen der spelling; maar het verstand zal noch
kan daardoor opgewekt en verlevendigd worden, dewijl
de verstandelijke rigting in den aanvang, of de grond-
legging, geheel ontbreekt.
§. 82.
De Regeringen moeten zich derhalve ook niet laten
begoochelen door dc tevredenheid, welke de gewone
jaarlijksche berigten nopens die scholen, en het roe-
men van de vorderingen, welke zij maken, bij dezelve
zouden mogen voortbrengen.
Deze jaarlijksche verslagen rusten op dc gewone