Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
117
meerder volkomenheid in den gang van het bestuur
der Gemeenten zal brengen. Hierin evenwel bedriegt
men zieh. Door verloop van tijd mogen de Gemeente-
besturen er door de herhaalde teregtwijzingen van de
hoogere beambten toe gebragt worden, om de admi-
nistrative vormen naauwkeuriger in acht te nemen; doch
eene gewenschte volmaaktheid kan bij het voortzetten
van zulk een onderAvys, hetwelk het verstand veeleer
belet zich te verhefiFen, dan dat het deszelfs ontvdk-
keling zou bevorderen, geenszins in dit gebied wor-
den ingevoerd.
Een voornaam bewijs hiervoor kan gevonden worden
bij de besturen in grootere Gemeenten en Steden, al-
waar de hoofden derzelve althans in hunne jeugd
een beter onderwijs hebben ontvangen, dat wil zeg-
gen: in het lezen en sehrijven meerder geoefendheid
hebben erlangd. Indien wij nu het openbare leven van
die besturen van nabij beschouwen, wat worden wij dan
ontwaar? Meermaals slechts eene grootere ingebeeld-
heid op hunne waardigheid, eene grootere heerschzucht,
grootere aanmatiging, grootere willekeur, en, wat juist
voor den voordeeligen gang des bestuurs het meest
schadelijk en belemmerend is, een' onophoudelijken
oppositie - geest, welke zich reeds vertoont in de on-
eenigheden tusschen de leden van den Raad en die
van het Bestuur, vervolgens in het twisten met hoo-
gere ambtenaren, ja eindelijk zelfs met de hooge
Regering.
Hetgeen nu dergelijke heersehzuchtige oppositie inzon-
derheid levendig houdt, is de waan, van zich door
bestaande wetten en verordeningen te kunnen ver-
dedigen. In dezen waan zijn zulke zoogenaamde Re'
9*