Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
113
de gehoorzaamheid aan het wettig gezag, en door on«
beschaamdheid en wcderspannigheid, doen opmerken, en
het Zijn juist de door de toejuicliiitgen der overigen
opgewondenen, die niet zelden den domrnen hoop tot
oproerige bewegingen aanzetten en aanvoeren.
ïe wcnschen ware het, dat de in de meeste Duitsche
landen plaats gehad hebbende oproerigheden van afzon-
derlijke gemeenten of van uitgestrekter landstreken,
behoorlijk waren bcsclircven geworden; men zou dan
zijn ontwaar geworden, dat zij hoofdzatelijk, zoo niet
uitsluitend, op dergeljjke wijze zijn te weeg gcbragt.
Uit dien hoofde zwaaijen dan ook kortzigtige Staats-
lieden hoogen lof toe aan die tijden, toen de gemecne
man in 't geheel niet leerde lezen.
Aan zulke schadelijke gevolgen van een gebrekkig
onderwijs strekt de bij den menscli enkel gaande ge-
maakte, maar niet behoodijk verlichte of bestuurde
zucht naar vrijheid ten grondslag, eene zucht, welke
zich steeds door niet verstane redeneringen en hande-
lingen van anderen tot blinde navolging krachtig vindt
aangespoord.
§. 77.
Doch, hetgeen den invloed van een gebrekkig on-
derwijs met betrekking tot zulke wederregtelijke han-
delingen nog meer vergToot en verslimmert, is, dat
ook de Godsdienst zulken gebrekkig onderwezenen niet
tot eene geleidster en een licht op het levenspad ver-
strekt, en zekere schoorvoetendheid ^ bij hen doet ge-
boren worden, zoodra een storm der drift hen in be-
weging brengt; nademaal zulke lees - leerlingen ook de
leeringen van de Godsdienst enkel hebben geleerd, en
uit dien hoofde ongeschikt en ongewoon zijn, dezelve