Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
III
nu wel gevraagd worden, uit welken hoofde en tot
welk doel de menseh toch het lezen moet leeren, op-
dat het geene nadeelige gevolgen te weeg brenge?
Deze vraag zal nog wel voldoende beantwoord worden.
Voor het oogenblik willen wij slechts zien, uit wel-
ken hoofde het lezen, en wel het lezen van dagbla-
den, bedenkelijke gevolgen hebben kan.
§. 76.
Weinige jaren geleden, namelijk ten tijde van den
oorlog der Russen met de Turken, werd de nieuws-
gierigheid dergenen, die eenige bedrevcnlicid in het
couranten - lezen erlangd hadden, meer bijzonder tot
het lezen der dagbladen opgewektdpch hun gemoed
werd daarbij door een geheel ander belang in beweging
gebragt. Uet was de heimelijke wensch, dat de on-
beschaafde vijanden van het Christendom mogten ver-
nederd worden. In dit opzigt kon het couranten - le-
zen geene bedenkelijke gevolgen hebben. Later, en
vooral in onze dagen, werd echter het lezen der
dagbladen, door een egoïstisch belang, bijna voor ieder-
een tot eene bezigheid, aan welke dagelijks ten minste
éénige oogenblikken moeten toegewijd worden; want te-
genwoordig wordt in de dagbladen over de handelin-
gen van de Fotksveftegenwoordigers gesproken! Daarom
wil niemand zich met hoorcnzeggen en verhalen van
anderen vergenoegen, maar zelf zien, of de vermeen-
de Volksvertegenwoordigers, en mitsdien het volk zelf,
ook vorderingen maken!
Wat lezen zulke lezers, die enkel hebben leeren le-
zen, bijgevolg onbekwaam zijn om het gclezene te
verstaan en juist te waarderen, nu uit de dagbladen?
Niet zelden het tegendeel van hetgeen een artikel be-