Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
IJO
doel, hetwelk men door de verbetering van het
schoolwezen tracht te bereiken, kan geenszins wor-
den geloochend; jhaar of zij, uithoofde van gemis
aan nuttige uitwerkselen, niet bovendien schadelijk
worden; dit vordert en verdient wel een bijzonder
onderzoek.
In, vorige tijden hadden zulke werktuifielijke scholen
nog eenige nutligheid voor het burgerlijke leren. Zij,
die uit dezelve voortkwamen, konden datgene, wat
in druk of bij geschrifte van Regeringswege werd
openbaar gemaakt, door zelf te lezen, leeren kennen,
en even zoo ook overeenkomsten en andere acten,
welke schriftelijk behooiden te gesohieden, tot hunne
zekerheid lezen en onderteekenen.
Dit waren nogtans steeds bijzondere of persoonlijke
voordeden. De kunst van lezen was in die geruste
tijden nog zonder gevolgen voor het algemeene of
openbare leven. De zaak is eerst sedert de groote Om-
wenteling boven alle denkbeeld van gedaante veran-
derd. Bij de geringste menschen is reeds door hooren
zeggen en het verhalen van de groote wei-eld - gebeur-
tenissen eene deelnemende en onwcderstaanhare nieuws-
gierigheid opgewekt geworden, zoodat niemand meer
zijnen leeslust bepaalde bij den almanak, den Bijbel,
de gebedeboeken en gedrukte bekendmakingen van
wetten en verordeningen, maar ook tot het lezen
der dagbladen, ja zelfs van tijd - en vlugscliriften, zich
voelde aangetrokken. Die lectuur, echter, verwekt bij
degenen, die het lezen uit geene andere oorzaak, en
tot geen ander oogmerk, geleerd hebben, dan om ie
kunnen lezen, de schadelijkste gevolgen, inzonderheid
in onzen steeds nog zoo icoeligen tijd. Hierbij zal