Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
loy
kelijke werktuigelijke oefeningen slechts met te grooter'
ijver verrigten laten, en de leeringen van den ca-
techismus en de uitleggingen niet nog te grooter'
naauwkeurigheid laten vau buiten leeren (Ij? 'Wat
ook zal de maatstaf zijn voor het onderzoek en de
beoordeeling dier scholen? Niets anders dan de vaar-
digheid der laagste klassen in het spellen, of daarme-
de overeenkomende oefeningen, en de geoefendheid
der hoogere klassen in het lezen van moeijelijke woor-
> den, en de vastheid in het opzeggen der lessen, ge-
beden en spreuken van den catechismus.
Immers verlangt de Plaatseljjke Opziener der school,
die tevens Godsdicnstlceraar is, ook van zijn Godsdien-
stig ouderwijs geene belangiijker vruchten, en de be-
terdenkende kan dezelve niet eens vorderen, aangezien
een op deze wijze in die onderwerpen geoefend leer-
ling ook de verklaringen, in zijn catechetisch onder-
wijs te geven, enkel en alleen met het geheugen op-
neemt. En nu ontstaat de vraag: Moet en kan men
zulke scholen nog met onverschilligheid in wezen laten ?
Dit is eene belangrijker vraag, dan uit het zoo langdu-
rig bestaan van zulke scholen schjjut te moeten afge-
leid worden. Hij, die eenig denkbeeld heeft van den
geest van zijnen leeftijd, zal ook deze vraag kunnen
beantwoorden.
§■ 75.
Dat zij in 't geheel van geen nut zijn voor het
(1) Hen treft hetzelfde oordeel, als de oude Godsdienstleer
der Joden TÖór de invoering van het Ctiristendoiu. De mensch
moet \redergeboren worden. Slechts hctgene van den Geest
uitgaat, Toert ten Leven.