Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
onderwijzer« beoordeelen en de gansehe toedrcigt der
zaak en geheel don uitslag aan de Regering kunnen
doen kennen ? — lloc bovendien doeltreffende voorstel-
>
len ter verbetering aanbieden? — Uoe het plaatselijk
sehooltoezigt de noodige onderrigtingen, en eenen on-
kundigen, dvvalenden of laatdunkenden onderwijzer
ter'zake dienende aanwijzingen en teregtwjjzingcn ge-
ven? Welk nut kan nu de Regering van zulke scliool-
bezoeken trekken ? Hoe kan zij bouwen op de getui-
genissen van zulke maiuien, die stellig buiten de gelegen-
heid zijn geweest oiu de voldoende bevoegdheid te erlan-
gden, ten einde over dergelijke zaken een juist oordcel te
vellen ?
Men bedoelt in geenen deele met deze voorwaardelijke
vragen iemand hoegenaamd in verdcjiking te brengen,
en wij verzoeken ieder, die zich met het onderwjjs,
op welke wijze ook, onledig houdt, dit wel te willen
in aandacht nemen (Ij.
(1) Een welgezind en bij eene hoogere inrigting van on-
derwijs geplaatst onderwijzer heeft den Schrijver de aanmer-
king medegedeeld , dat zoo wel personen , die met het sehool-
toezigt belast zijn , als onderwijzers , zich door deze paragraphen
te zeer miskend rekenden, waardoor het aantal tegenstrevers
en vijanden ligtelijk zou kunnen vermeerderen. Zoodanige opmer-
king is nn zeer geschikt om den Stluijver mistroostig te maken ,
niet om zijn' persoon , want zijn regel is: amicus Plato,
amicus Ar i slot des , sed mag is ami ca Veritas; maar om
het heil der jeugd, nademaal zulk eene vijandschap grond
geeft tot hei vermoeden, dat men in het schoolwezen de
waarheid schuwt, en dengenen haat, die voor dezelve durft
wiikomen. De heilige aangelegenheid van de vorming der
jeugd: (Laat de kinderen tot mij komen enz.) behoorde
toch de onderwijzers, en vooral de geestelijken , tol een pligt-