Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
97
genomen en bevorderd, g^aat niet alleen het nut ran
het schoolwezen verloren, maar — en dit zullen wij
later nog meer bijzonder aantoonen — het levert on^ye-
merkt slechte vruchtea op voor het hoofddoel: vor-
mhig voor het leven.
70.
In de onderstelling, dat bij het Provinciaal bestuur (*)
het levendige denkbeeld van hetgeen eigenlijk de ziel
van het schoolwezen uitmaakt niet heerschende is ^ en
allen, die cr deel aan nemen, in beweging brengt, en
geen beginsel, maar slechts willekeur, den bestuurders
tot rigtsnoer strekt; waarop moet en zal dan de leiding
en het schooltoezigt van de onderjjeAchikte besturen
gerigt zija, zij mogen nu den naam drogeu van
Schoolcommissiën, Schoolopzieners, of hoedanig ook?
Waarop zal zich hunne werkzaamheid voornamelijk ves-
tigen en uitstrekken? Waarschijnlijk wel op niets an-
ders, dan op het in goeden staat houden van het
schoolhuis en vnn de schoolmeubeleu, het bearbeiden
ren, worden door de eenzijdijje poging;, om het schoolwezen
ruimer te bej-ytfligca, slechis tot hebzucht aangedreven en van
het hoofddenkbeeld huns beroeps af^etroUken, In 't nijjetneen
moester* de onderwijzers voor hun levensonderhoud, ovcrcen-
komslig hunnen sland^ verzekerd zijn j ninnr in ruimere mqtte
behoorden in dit opzigt diegenen bedacht te worden, die er
zich op toelejjgen, om het ware onderwijs voor het leven te
geven, niet 200 zeer als belooning voor hunne weldadige
werkzaamheden, maar «it hooTde van de behoefte aan oader-
sieuning" om het betere te kunnen ten uitvoer brengen.
c*) Men gelieve zich voor te itellcn, dut hier aan Dultjche ProvincïSn en dcrtelver
wijze van bestuur gedacht wordt.
FtrtaUr.