Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
94'
het schoolwezen voortkomen voor het Staatsbestuur en
voor het Folk (1)?
(1) De Schrijver heeft zich over dit ontlenverp reeds een-
maal verklaard , jn zijn werkje: Hanplgesichtspunkte hei
Verbesserung des Schulwesens, Intusschen kan dil wezentlijk
allergewigligst belang voor het schoolwezen niet nadrukkelijk
genoeg op het hart worden. gedrukt, alzoo de ondervinding
bewijst , dat , ofschoon in sommige Janden eén bepaalde te-
genzin tegen ambtenaren, als hier bedoeld worden, zich ver-
loont , in andere daarentegen de schoolraden als de onontbeer-
lijkste leden der Regering worden aangezien en geëerd.
Het kan wel mogelijk zijn, dat in enkele hnden, waar
zoodanige ambtenareij de voorkeur, die zij zich toeëigenen,
evenzeer als hunnen trols, eenig en alleen stellen in de
meerdere kennis van het bestuur ten aanzien van de staal-
kundige , burgerlijke of geldelijke belangen , een schoolraad ,
die zich met een onderwerp, dat hun zoo vreemdsoortig loc-
schijnt, in hunne beraadslagingen wil mengen, en hen,
naar zij vermeenen, in hunne werkzaamheden hinderlijk is
en tegenhoudt, met zekere minachting en aFgekecrdheid wordt
«angezien en behandeld, juist omdat zij van het schoolwe-
zen , als zijnde een der belangrijkste takken van bestuur,
geen denkbeeld hebben, en bij gevolg ook geene kennis ne-
men van de stukken , welke op het schoolwezen betrekking
hebben j volgt hieruit dan ook wel, dat de verwijdering van
dergelijke ambtenaren in het wezenilijke belang der Kejjering is ?
Deze vraag moge beantwoord worden door degenen, die
zich een juister denkbeeld van het schoolwezen , als een der
meest belangrijke lakken van besluur, gevormd hebben j maar
niet door mannen, die, b, v., eene voordragt nopens ge-
schillen over onbeduidende zaken met groole opleUendheid
kunnen aanhooren , terwijl zij bij die , welke de behoefie en
noodzakelijkheid ten onderwerp heeft van de aanstelling eens
bekwamen onderwijzers in deze of gene gemeente , verdrietig
zitten te geeuwen.