Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
III
alleen door een ander burgerlijk beambte, in zakeu
van regten, financiën of burgerlijk bestuur ervaren,
maar zelfs door een' minder ervaren' doch opmerk-
zamen, alhoewel lager geplaatsten en ondergeschikten
ambtenaar kunnen bezorgd worden.
Doch, waar blijft hierbij de hoofdzaak, de leiding,
de bevordering en verheffing van het schoolwezen zelve,
ah eene inrigting ter ahemeene beschaving ? Wie zal
O J J O
de belangrijkste instelling, de vormin3splaats der on-
derwijzers, de kweekschool, onder z'jne hoede nemen?
Wie onderzoekt het werken en de kunde der bestuur-
ders en der daarbij werkzame ouderwijzers ? Wie onder-
zoekt en waardeert de vruchten van hunne werkzaantr-
heid? Wie kiest cn bevordert de aanstelling van de
meest geschikte personen voor het voeren van het
regtstreeksche toezigt op de scholen? Wie gaat hunne
werkzaamheid na ten opzigle van het houden van toe-
zigt en het doen van schoolbezoeken? Wie onderzoekt
hunne berigten en afgelegde getuigenissen? Wie regelt,
bestuurt en bewaakt die zoo zeer belangrijke instelling
voor de voortgaande opleiding der onderwijzers? Wie kan
onder al die betrekkingen tnsschen de Gewestelijke Besturen
en de hooge Regering des Ldnds voortdurend de noo-
dige inlichting en rekenschap geven aangaande den staat
en de vordering van het schoolwezen? Ja, wie kan
deze verhouding tot het gansche zamenstel van hel be-
stuur, tot de bedoelingen, inzigten en wenschen van de
hooge Regering van den Staat beoordeelen, en met de
daarop betrekking hebbende voorslagen tot al gestadig
voortgaande verbetering in het gewenschte licht stellen?
En, indien al het genoemde door onkundige raadslie-
den behandeld wordt, welke aanwinst kan dan van