Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
zondere Schoolraden noodig, die in de algemeene ken-
nis van het bestuur zijn ingewijd, doch zich in de
bijzondere, maar voor hen hoofdiaetenschap, namelijk
die van hel onderwijs en de opvoeding, willen onder-
scheiden.
Zulk een Schoolraad moet, als belast met de uit-
voering van de van hoogerhand vooigeschreven bepa-
lingen opzigtelijk bet schoolwezen, aan de Regei'ing
steeds de meest doeltrefl'ende voorstellen ter uitvoe-
ring aanbieden, cn tevens ook de lager geplaatste
ambtenaren, aan wie het toezigt over de uitvoering
der bijzonderheden wordt toevertrouwd, in staat zijn
te bewaken en te leiden.
Indien nu echter zulk een hoog geplaatst ambte-
naar zelf die van boven af voorgeschrevene bepalia-
gen niet verstaat en begr^pt, hetzij dan, omdat zij
reeds op zich zelve niet klaar en consequent zijn uit-
gedrukt, of omdat hij. Schoolraad, nog niet den voor
dit vak speciaal vereischten graad van kennis en doorzigt
heeft verworven; hoe zal het er dan met de leiding
van het schoolwezen bij de tiisschenbestureu uitzien?
Waarin mag nu wel de taak en de bezigheid van
zulk eenen Sehooliaad behooren te bestaan? In iets
meer, hopen wij, dan in het bekend maken van
de hoogere verordeuingca; in de aanslelliiig der on-
derwijzers volgens de overgelegde en dikwerf zeer
twijfelachtige getuigschriften en de daardoor bepaalde
rangschikking; in de bepaling der bezoldigingen; in
het opmaken van de benoodigde toelagen en de bere-
kening en bezorging van de hiertoe noodige fondsen;
in het opbouwen van nieuwe of het herstellen van
oude schoolhuizen, — louter bezigheden, welke niet