Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
90
regtsbepalingen veronachtzaamd, ja meer of min over-
treden worden, en uit dien hoofde eene regtsverzorging
gevordej'd wfjrdt, waardoor het gesch(»nden regt genoeg-
doening erlangt niet alleen, maar ook het regt in het
algemeen bij deszelfs aanzien wordt bewaard. Dcjch,
op welke wijze belnjort dan die regtsbedeeling uitgeoe-
fend te worden? Deze vraag gaf weder aanleiding tot
nieuwe wetsbeiialingen en het vervaardigen van een
Wetboek voor de regtspleging.
Op gelijke wijze kan en behoort binnen het gebied
van het ojiderwijs, indien men zich de bedoeling
van hetzelve: onderrigting aangaande het ware men-
schenleven, klaar voor den geest stelt, en dit denk-
beeld met het begrip van het menschelijk kenvermogen
vet bindt, voor alle — met uitzondering van de regt-
streeksche Openbaring — aan te leeren en wettelijk voor-
geschrevene onderiverpen eene algemeen geldige manier
en icijze van onderwijzen zeer bepaald en met het noo-
dige gezag worden voorgeschreven. Al zou de schran-
dere onderwijzer ook al in staat zijn zijne taak beter
en meer volkomen te vervullen, de minder bekwame
of minder ijverige kan dan toch in de uitoefening
er niet tegenstrijdig mede handelen en de bedoelingen
van het onderwijs vei'ijdelen, of wel den te onder-
wijzen mensch iu het verkrijgen zijner levenskundig-
heden tegenhouden, of hen iji het vooruitgaan hinde-
ren. Dit is het gewenschte gevolg van zulke alge-
meene bepalingen.
Indien nu echter van wege de hooge Regering van
den Staat aan dit vereischte niet wordt voldaan, dan
kan natuurlijk van het onderwijs ook die vooruitgang
piet verwacht worden, welken men teregt op het oog