Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
88
voor de leerwijze; want daardoor zou men slechts zij-
ne onbekend licid met het vak des te meer in het
oog loofioiid aan den dag leggen. Het gaat in het
sehoiihvezen ten aanzien van de hier besproken bepa-
lingen, als mot dc buroerlijke Wetgeving (1). In den
beginne maakte dikwerf of de wil van een eenig
mensch de gansche JVetgeving van het volk uit, of
zeden, gewoonten en gebruik, uit het natuurlijk ver-
stand cn het gevoel van een volk, doch zonder daar
bepaalde bewustheid van te hebben, voortgekomen,
vormden deszelfs Wetboek. In het vervolg, toen het
leven zieh meer tot een verstandig inzigt van deszelfs
betrekkingen had ontwikkeld en verheven, verlangde
het voor deszelfs veiligheid en ongehinderd bestaan
en werken eene bepaalde Wetgeving, en, teregt be-
sefiTende, dat deze slechts uit een grondig inzigt en
uit zaakkennis konde voortkomen, trachtte het, nade-
maal het overtuigd was dien hoogeren trap nog niet
bereikt te hebben, zich de wetten van eene meer
beschaafde natie ten nutte te maken, en nam daartoe
die der llonieinen te baat.
Aldus verkreeg het Wetboek der Romeinen ingang
in Duitschland. Toen de volken vervolgens meerdere
vorderingen maakten in de kennis hunner eigene be-
hoeften, was elke natie bedacht op het maken van
toevoegselen op genoemd Regt, hetwelk een algemeen
(1) Het is nooilznliclijk, dergelijke Tergclljl'ng aan de
hooger geplaatste beambten in den Slaat Toor te houden,
ten einde zij den nog te beperkt denkenden mannen van het
onderwijs de te dezen aanzien noodige onderrigtingen op eene
wettige wijze mogen doen geworden.