Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
Wat heeft men nu te verwachten bij het gebrek
aan een bepaald begrip van de eenig-ware manier-van
onderwijzen, en methode van onderwijs, en bij het gebrek
aan eene duidelijke eu klare voorstelling of bepaling der-
zelve, indien het den practischen imderwijzer wordt over-
gelaten, om uit de zoogenaainde methoden van onderwijs,
welke hem worden voorgehouden, eene voor zijne [»rac-
tijk te kiezen ? liet nadeelige vnor het onderwijs zelf
wordt des te grooter, alzoo het aanleiding geeft tot
een' volslagen methoden - strijd cn methoden-oorlog, bij
welken de partijen 't er op toeleggen, om uitsluitend
de methoden van hunnen aanhang te doen gebruiken,
zich voor het overige in 't geheel niet bekoninici-ende
om het doel, dat men bij het eigenlijk gezegde on-
derwijs behoort o|t het oog te hebben.
Dat onder zulke omstandigheden het ware mensehr-n-
onderwijs in deszelfs gang gestremd en voor deii' leerling
nutteloos wordt, zal wel geen bijzonder bewijs behoeven.
Zulk onheil wedervaart inzonderheid dien leei-lingeu,
wier leermeesters niet zoo ver hebben kunnen komen,
om te begrijpen, wat eigenlijk door ondeneijs voor het
leven behoort verstaan te worden, eu dus, buiten eu
behalve het lezen- en scliiijvcn - leercn, voor het ou-
derwijs van alle andere leervakken zieli geen denk-
beeld van eene algemeene mcthgdc van (indcrvvijzen
kunnen vormen.
§. 68.
Dat men hier toch niet do tegenwerping make,
dat in het schoolwezen geene zulke algemeene en alge-
meen geldige beginselen kunnen voorgesteld en aangeno-
men worden, en dit wel zoo min voor de bepaling van
de vakken van onderi igt, als, en wel oneindig minder,