Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
wen zijner woning. Planten en dieren leveren
hem de noodige kleeding.
-Maar dalen wij in den geest tot in den schoot
der aarde, om de schatten in oogenschouw te
nemen, welke zij bevat. Een eersten bhk wer-
pen wij in de steenkoolmijnen.
De oppervlakte dezer mijnen bedraagt in
P^uropa 70() vierkante mijlen. — Geen land is
rijker aan steenkolen dan Engeland. Gemid-
deld leveren de mijnen aldaar jaarlijks voor 500
millioen gulden.
Duitschland, Frankrijk en België brengen
ieder voor meer dan 200 millioen gulden op.
Ook ons land bezit in Limburg bij Kerkrade
een steenkolenmijn. Ongeveer 400 menschen
vinden daar arbeid en bestaan. De grootste
lengte der mijnen te Iverkrade, van noord naar
zuid , bedraagt 3000—4000 meter; de breedte
van oost naar west 1500—2500 meter. De
hellt dier oppervlakte behoort slechts tot Neder-
land , het overige tot Pruisen.
De kolenmijnen van Noord-Amerika beslaan
eene oppervlakte van meer dan 2300 vierkante
mijlen.
Men kan de steenkolen in twee hoofdsoorten
verdeelen: in vette en magere. De vette kolen
zwellen onder het branden tot eene sponsach-
tige massa op; zij schijnen te smelten en bak-
ken samen. De magere doen dit niet.