Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
druppels bevriezen bij hunne aanraking met den
grond of andere koude voorwerpen, b.v. muren.
Hagel. De hagelsteenen bestaan uit kleine
stukjes ijs, die uit onweerswolken vallen. De
stukjes zijn onregelmatig van vorm , hoekig,
met scherpe punten, soms rond of eivormig.
Onder het vallen worden zij dikwijls grooter.
Dit heeft plaats als hagelkorrels door zware
regenwollcen heen vallen, die bijna bevriezen.
Ieder oogenbUk krijgen zij dan een dun ijskorstje
bij. Zoo bereiken sommige steenen de grootte
van een duivenei.
De hagelbuien zijn kort van duur, maar
richten toch groote verwoestingen aan. In den
tijd van tien minuten zijn alle groenten, tuin-
en graangewassen vernield. In 1891 werd in
eenige streken van ons vaderland door zoo'n
hagelbui de geheele oogst vernield; duizenden
glasramen werden verbrijzeld.
Sneeuw. Als de warmte der lucht beneden
het vriespunt daalt, verandert de water-
damp niet in druppelen, maar hij bevriest tot
kleine, stervormige kristallen. Dit is de sneeuw.
Die kristallen ontmoeten elkander, hechten
zich aan elkaar en vallen als vlokken neer. De
sneeuw valt niet zoo snel als de regen, wijl
zij 10 tot 20 maal lichter is dai> het water en
denzelfden weerstand der lucht moet over-
winnen.