Boekgegevens
Titel: Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: R.K. Jongens-Weeshuis, 1894
2e, verb. dr; Oorspr. uitg.: 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1834
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204331
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der natuur: natuurkundig leesboek voor scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
zaam plaats, dan hebben wij aanhoudenden
regen. Geschiedt zij onregelmatig en snel, dan
hebben wij min of meer hevige buien te wachten.
Hoe overvloediger de verdamping en hoe ver-
anderlijker de warmtegraad is, des te meer
regent het. In den winter krijgen wij het
minste regen, wijl de verdamping betrekkelijk
gering en het weder meer bestendig is.
Zijn de regendruppels fijn, dan spreekt men
van stofregen. Bij plasregens zijn de druppels
groot. In sommige streken der aarde regent
het zeer veel, in het Noordwesten van Spanje
b. V. valt buitengewoon veel regen; te Bergen
in Noorwegen jaarlijks meer dan 2 meter. (*)
Ons land heeft gemiddeld 147 regendagen per
jaar. Telt men alle dagen, waarop wat regen
valt, samen, dan komen wij tot omstreeks 219.
Maar er zijn ook streken, waar bijha nooit
regen valt, b.v. in de groote woestijnen van
Azië en Afrika.
De regen is zeer nuttig. Hij bevochtigt den
grond en bevordert daardoor de vruchtbaarheid
van den bodem, hij verkwikt de planten, zui-
vert en verfrischt de lucht en voorziet de ri-
vieren , beken en bronnen van water.
Dauw noemt men den waterachtigen neer-
(*) Bleef al het regenwater op den grond staan, dan zou in
één jaar dit water eene hoogte van 2 meter bereiken.